In de eerste plaats houdt de groepsleerkracht een uitgebreide administratie bij van elk kind. Daar staat in hoe een kind werkt, de toetsresultaten van de methodes en opmerkingen over hoe het kind zich in de klas gedraagt. Daarnaast worden alle leerlingen twee keer per jaar getoetst om te weten hoe ze er voor staan ten opzichte van het landelijk referentiekader. De kinderen worden twee keer per jaar door de interne begeleider en de leerkracht(en) besproken tijdens de klassengesprekken.
Leerkrachten geven leerlingen extra aandacht als het nodig is d.m.v. extra instructie, extra lesstof (verbreding/verdieping) of een aangepast leerprogramma. Dat kan zijn omdat een kind onder een bepaald niveau, de zorglijn, presteert, maar ook omdat het meer uitdaging nodig heeft. In een handelingsplan beschrijft de leerkracht wat hij of zij samen met het kind wil bereiken en hoe dat wordt aangepakt. De leerkracht overlegt dit met de ouders, zodat zij op de hoogte zijn en zo nodig thuis extra kunnen oefenen.
Aan het eind van de periode waarvoor het handelingsplan is geschreven, kijkt de leerkracht of het doel bereikt is en of er nog iets anders moet gebeuren.
Als het nodig is, werkt een remedial teacher met de kinderen die extra zorg nodig hebben, in de klas of apart.
Als er naar aanleiding van de ontwikkeling van een leerling extern onderzoek gewenst is, overleggen we met de ouders en vragen toestemming.
Bij aanname van nieuwe kinderen bespreken we altijd of de kinderen extra zorg nodig hebben. De procedure die we dan volgen, is beschreven onder het aannamebeleid in het schoolplan.
In de achtste groep komen leerlingen en hun ouders voor de keus te staan naar welke school voor Voortgezet onderwijs (VO) zij willen en kunnen gaan. In Amsterdam zijn daarover een aantal afspraken gemaakt met alle basis- en VO scholen: de Kernprocedure. Het adviseren voor en verwijzen naar een VO school verloopt via een vast protocol. Dit protocol wordt centraal aangestuurd vanuit de Dienst Maatschappij en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam(DMO) en heet Elektronisch Loket Kernprocedure en Keuzegids (www.elkk.amsterdam.nl).
In de groepen 7 en 8 geven we uitgebreid voorlichting over de overstap naar het VO door middel van oudergesprekken en voorlichtingsavonden waarop VO-scholen en oud-leerlingen vertellen over de verschillende scholen.
De leerlingen krijgen van de school een advies op welk niveau (VMBO, HAVO of VWO) zij in het VO kunnen doorstromen. Het advies wordt opgesteld door de leerkrachten van het kind en is gebaseerd op de gegevens uit het leerlingvolgsysteem, de uitslag van de Cito-entree toets in groep 7 en de eigen observaties over de 8 jaar dat ze op de OMS zaten. Op basis van dit advies kunnen ouders en kinderen zich gaan oriënteren op het aanbod van de VO-scholen in de regio.
In februari nemen we de Cito-eindtoets af (die verplicht is in Amsterdam). Op basis van het advies van de school en het resultaat van de Cito toets besluiten VO-scholen of een kind toelaatbaar is voor een bepaald schoolniveau. Op de OMS doen alle kinderen mee aan de Citotoets.
De onderwijskundige gegevens van de kinderen worden aan de ontvangende VO school overgedragen zodat men in het VO kinderen niet helemaal opnieuw hoeft te leren kennen; dit heet de ‘warme overdracht’ naar het VO. Ouders en leerlingen kunnen de informatie, die over het kind wordt doorgegeven, inzien vóórdat die wordt door-gezonden.